Op zijn tweeëntwintigste stapt hij in zijn eentje in het vliegtuig naar Cincinnati. Zonder uitgewerkt plan, zonder netwerk en zonder zekerheid over wat er precies op zijn pad zal komen. Wat hij wél heeft, is een voetbalbeurs en de overtuiging dat hij meer kan dan anderen denken. Wat begint als een sportief avontuur, groeit in de jaren daarna uit tot een ondernemersreis die uiteindelijk leidt tot de oprichting van een club die inmiddels wordt gewaardeerd op ruim 1,1 miljard dollar.
Mike Mossel is vandaag de dag grondlegger én scout van een MLS-topclub, mede-eigenaar van een Amerikaans voetbalnetwerk met tien clubs en docent aan Avans Hogeschool in Breda. Aan Breda Business & Lifestyle vertelt hij hoe een spontaan besluit op jonge leeftijd uitgroeide tot een internationaal voetbalavontuur.
Een enkeltje Cincinnati
Begin jaren ’90 speelt Mike bij RBC Roosendaal. Hij werkt hard, droomt van een vaste plek in het eerste elftal en leeft voor het spel. Toch blijven de kansen waar hij op hoopt uit. Tijdens een wedstrijd komt daar onverwacht verandering in, wanneer de Nederlandse coach (én Bredanaar) Jack Hermans hem vraagt of hij interesse heeft om in de Verenigde Staten te komen voetballen én te studeren bij Xavier University in Ohio.
“Ik was eenentwintig jaar toen ik het aanbod kreeg en tweeëntwintig toen ik vertrok”, vertelt Mike. “Ik was de eerste Nederlander die dat deed. Dat gebeurde in die tijd eigenlijk niet.” Toch hoeft hij niet lang na te denken. Waar hij bij RBC blijft strijden voor speeltijd, lonkt aan de andere kant van de oceaan een compleet nieuw avontuur. “Ik dacht: dit is een kans die ik niet kan laten liggen.” Een half jaar later stapt hij in zijn eentje in het vliegtuig naar Cincinnati. Wat begint als een sportieve kans om voetbal en studie te combineren, vormt achteraf de eerste stap in een reis die zijn leven een totaal andere richting zal geven.

‘The American dream’ begint
In Cincinnati belandt Mike in een compleet andere sportwereld. Het campusleven draait er om sport: volle tribunes, studenten die hun teams fanatiek steunen en sporters die een belangrijke rol spelen binnen de school. “Als je daar een atleet bent, dan ben je echt belangrijk voor zo’n school”, vertelt hij. “Studenten riepen bijvoorbeeld op de gang: ‘succes vanavond’ of ‘goed gespeeld, Mike!’. Dat was echt bijzonder.”
Ook op het veld laat hij zich meteen zien. In zijn eerste seizoen scoort hij vijftien doelpunten en wordt hij met zijn team kampioen. Na twee jaar rondt hij zijn studie af. Hoewel hij in Amerika kan blijven om profvoetballer te worden, besluit hij toch terug te keren naar Europa. Een keuze die zijn voetbalcarrière voortzet, maar ook het begin blijkt van ideeën die jaren later opnieuw naar Amerika zullen leiden.
Belgische jaren en het idee dat bleef knagen
Terug in Europa kiest Mike opnieuw voor het voetbalspel. In België bouwt hij gestaag aan een lange en stabiele voetbalcarrière. Hij speelt onder andere voor Turnhout, Zwarte Leeuw, Hoogstraten, Wuustwezel en Lille, en blijft tot zijn achtendertigste actief op hoog niveau. Het zijn jaren waarin hij zich niet alleen ontwikkelt als speler, maar ook als leider binnen het team.
Toch verdwijnt Amerika nooit helemaal uit zijn gedachten. De dynamiek van de sportwereld daar, de schaal waarop alles gebeurt en de kansen die hij er zag, blijven hem bezighouden. “Ik zag dat kinderen daar 2.500 tot 3.000 dollar contributie betaalden, terwijl de faciliteiten en begeleiding in Nederland veel beter waren. Daarnaast zag ik dat profclubs werkten met licenties die in waarde konden stijgen. Met de toenemende populariteit van voetbal dacht ik: hier zit enorme potentie.”
In 1999 en 2000 keert hij overigens terug naar Amerika om opnieuw te spelen, ditmaal voor de Cincinnati Riverhawks in de Eerste Divisie.
Het begin van Dutch Lions
In 2008 hakt Mike samen met oud-voetballer Erik Tammer de knoop door. Het idee dat jarenlang door hun hoofd speelde, krijgt eindelijk concrete vorm: ze gaan een eigen voetbalclub beginnen in Amerika. “Erik zocht net als ik iets waarin voetbal en business samenkwamen”, vertelt Mike. “Op een gegeven moment zeiden we tegen elkaar: waarom beginnen we niet gewoon zelf een club in Amerika?”
Waar zo’n plan in Nederland vrijwel onmogelijk zou zijn, blijkt het Amerikaanse systeem verrassend toegankelijk. In plaats van onderaan de voetbalpiramide te moeten beginnen, kunnen ze een licentie kopen en direct instromen. In 2010 starten ze op het vierde niveau met een profstatus met het doel om door te groeien. Door herstructureringen binnen de competities verschuiven divisies al snel, waardoor ze al een jaar later de kans krijgen om door te stromen naar het tweede niveau.
Die sportieve stap heeft directe financiële consequenties. De begroting groeit van ongeveer 500.000 dollar naar 2 miljoen dollar per jaar. Dat vraagt om serieuze investeerders. “Twee jaar lang liepen we met ons plan rond”, zegt Mike. “We waren enthousiast, maar enthousiasme alleen is niet genoeg. Pas toen we een sterk bidbook maakten, onderbouwd met veel data en harde cijfers waaruit bleek dat de Amerikaanse voetbalmarkt financieel interessant was, veranderde het spel.”
Wat start als Dayton Dutch Lions FC groeit vervolgens uit tot een bredere organisatie met meerdere teams en een duidelijke structuur. Inmiddels omvat Dutch Lions FC tien clubs verspreid over de Verenigde Staten. Daarmee is het idee dat ooit aan een tafel tussen twee oud-voetballers ontstond, uitgegroeid tot een serieuze speler in het Amerikaanse voetballandschap.
De move die alles veranderde
Aanvankelijk starten Mike en zijn compagnons in Dayton, omdat in Cincinnati de zogenoemde ‘territorial rights’ al in handen zijn van een andere partij. Het Amerikaanse competitiesysteem kent duidelijke regioafspraken, waardoor het niet mogelijk is om zomaar in dezelfde stad een professionele club te beginnen. Toch denken ze vooruit. In het contract laten ze een cruciale clausule opnemen: zodra de rechten in Cincinnati vrijkomen, krijgen zij de mogelijkheid om daar hun licentie onder te brengen.
Wanneer de club in Cincinnati 4 jaar later stopt, doet die kans zich daadwerkelijk voor. Mike en zijn team handelen snel en verplaatsen de proflicentie van Dayton voor het tweede niveau naar Cincinnati. Daarmee verandert niet alleen de locatie, maar ook het speelveld. De stad blijkt een vruchtbare voedingsbodem voor grotere ambities en trekt direct zwaardere investeerders aan.
“We wilden eigenlijk gewoon Eerste Divisie spelen”, vertelt Mike. “Maar ineens ging de begroting van twee miljoen naar tien miljoen dollar. En we praatten niet meer over een stadion van 7.000 man, maar over 30.000.”
Met de komst van nieuwe investeerders verandert het project in korte tijd van schaal. Waar Mike en zijn partners aanvankelijk vooral een ambitieuze voetbalclub wilden opbouwen, groeit het plan uit tot een veel groter professioneel initiatief. “De nieuwe aandeelhouders zagen de potentie om het voetbal in Cincinnati naar een hoger niveau te tillen en dachten direct in grotere stappen. Ze spraken de ambitie uit om binnen enkele jaren toe te treden tot de Major League Soccer (MLS)”, legt Mike uit.
Dat betekent ook dat de club een nieuwe identiteit krijgt. De naam Cincinnati Dutch Lions FC maakt plaats voor FC Cincinnati. De leeuw en de kleur oranje zijn wél gebleven.
Een nieuwe rol in een groter spel
De stap naar de Major League Soccer blijkt een gamechanger. Toetreden tot de hoogste Amerikaanse voetbalcompetitie vraagt niet alleen sportieve ambitie, maar vooral financiële slagkracht. De investering loopt in de honderden miljoenen dollars. “Voor die MLS-licentie en het nieuw te bouwen stadion moest 500 miljoen op tafel komen”, vertelt Mike open. “Dat kon ik niet naar rato bijleggen.”
Waar hij jarenlang als mede-eigenaar aan het roer stond, verandert zijn rol daardoor fundamenteel. In 2018 wordt hij uitgekocht als aandeelhouder wanneer de club definitief de sprong naar MLS maakt. Toch betekent dat geen afscheid, integendeel. De organisatie vraagt hem betrokken te blijven, ditmaal in een andere hoedanigheid.
Mike kiest ervoor om scout te worden voor Europa en Afrika. Een rol waarin hij zijn internationale netwerk, zijn voetbalachtergrond en zijn strategisch inzicht kan combineren.
FC Cincinnati groeit ondertussen uit tot een gevestigde naam. De club wordt vandaag gewaardeerd op circa 1,1 miljard dollar en behoort tot de vijftig meest waardevolle clubs ter wereld. Het stadion is structureel uitverkocht met 27.000 toeschouwers per wedstrijd. “Het is nog steeds mijn cluppie”, zegt hij met een glimlach, “ook al ben ik geen eigenaar meer.”
Talentjager met internationale focus
In zijn rol als scout reist Mike vandaag de dag continu tussen continenten. Europa en Afrika vormen zijn werkgebied, waar hij talent signaleert dat past binnen de visie van de club. “Ik ben vorige maand nog in Senegal en Gambia geweest. Twee jaar geleden in Ghana”, vertelt hij.
Zijn werk draait niet alleen om het beoordelen van technische kwaliteiten. Het gaat om het complete profiel van een speler: fysiek, tactisch, mentaliteit, groeipotentie, karakter en aanpassingsvermogen. “Je zoekt niet alleen een speler voor vandaag, maar iemand die kan meegroeien met de ambities en speelwijze van de club,” legt Mike uit.
Wat het scouten voor een Amerikaanse club extra bijzonder maakt, is het strikte regelkader binnen de MLS. Er zijn veel regels en, op een paar zogenoemde ‘designated players’ na, werkt iedere club met hetzelfde salarisbudget. Dat vraagt om scherpe keuzes en een strategische blik bij iedere speler die je aantrekt.
Naast zijn werkzaamheden voor FC Cincinnati blijft hij verantwoordelijk voor de Dutch Lions FC-organisatie, waarin zo’n zeventig aandeelhouders participeren. Dat vraagt overzicht en discipline.
Kennis delen met de volgende generatie
Ondanks zijn internationale agenda blijft Nederland een vaste ankerplaats. Sinds begin jaren 2010 is Mike verbonden aan Avans Hogeschool in Breda. Wat begint met een paar gastcolleges over zijn ervaringen in Amerika, groeit al snel uit tot een meer structurele rol binnen de opleiding sportmarketing.
“Ze vroegen op een gegeven moment of ik niet wat vaker lessen wilde geven, in plaats van alleen gastcolleges”, vertelt Mike. “Zo ben ik uiteindelijk drie of vier verschillende modules gaan verzorgen.”
In de jaren daarna geeft hij ook een periode les binnen de opleiding International Business. Inmiddels heeft hij zijn onderwijsactiviteiten wat teruggebracht, vooral omdat zijn internationale werkzaamheden veel tijd vragen. Toch blijft het lesgeven voor hem waardevol. “Ik vind het leuk om mijn ervaringen te delen met studenten en jonge mensen iets mee te geven.”

Zakendoen in Amerika
Volgens Mike biedt Amerika nog altijd enorme kansen voor Nederlandse ondernemers, mits ze het goed aanpakken. “Het is een superinteressante markt. Groot, schaalbaar en dynamisch. Maar je moet het wel professioneel en serieus aanpakken, en je écht verdiepen in de werkwijze en cultuur van het land”, benadrukt hij.
Waar in Nederland soms wordt vertrouwd op relaties en gunfactor, draait het in Amerika veel sterker om onderbouwing en rendement. “In Amerika draait het om cijfers. Je moet laten zien wat het oplevert. Ons bidbook maakte destijds het verschil. Enthousiasme is mooi, maar data overtuigt als het om grotere bedragen gaat.”
Hij deelt zijn ervaringen regelmatig tijdens lezingen over voetbal en zakendoen in de Verenigde Staten. Ondernemers die willen verkennen of uitbreiden richting Amerika kunnen bij hem terecht voor advies. “Als ik kan helpen met inzichten of valkuilen, doe ik dat graag. Ik heb ze zelf ook genoeg meegemaakt.”
Trots, ambitie en een beetje heimwee
Als hij terugkijkt op zijn carrière, overheerst het gevoel van trots. Toch is er ook iets dat soms blijft kriebelen. “Los van het feit dat ik geen aandeelhouder meer ben van FC Cincinnati, mis ik vooral het veld”, geeft Mike toe. “Training geven, met spelers bezig zijn. Ik denk dat ik als trainer ver had kunnen komen.” Tegelijkertijd geniet hij van de zakelijke dynamiek. “Voetbal en business samenbrengen vind ik fantastisch. Die combinatie past bij mij.”
—
Tekst: Marsha Paans

